Drijfveer bij alle voorstellingen

 

In de zomer van 1979 bezocht ik de Deutsche Evangelische Kirchentage in Nürnberg. In het afsluitende weekeinde waren we te gast in de synagoge van Fürth die her ingewijd werd. Een Oost-Europese rebbe geheel volgens traditie zwart-wit gekleed, met baard én pijes, hield een ‘droshe’(preek). Hij sprak Jiddisch en hij was zeer geëmotioneerd.                                                        

Later hoorde ik dat hij een klassiek Talmoedisch verhaal vertelde over de joodse martelaar rabbi Chananja ben Teradjon (bAvoda Zara 18a). Deze had doelbewust het Romeinse verbod op openbaar les geven over de Tora overtreden. Zijn straf was de brandstapel. Hij werd in een rol Tora gewikkeld en boven op de brandstapel geplaatst. Daaraan stak men de brandstapel aan. De leerlingen van de rabbi vroegen aan hun leraar: wat zie jij? Waarop hij antwoordde: ’Het perkament van de rol verbrandt maar de Hebreeuwse letters maken zich één voor één los van het perkament en zweven naar boven’.                                                        

De Oost-Europese rebbe herinnerde de aanwezigen aan dit verhaal op het moment dat in de synagoge in Fürth de Tora-rollen binnen werden gebracht. Om aan dit verhaal zelf toe te voegen dat op datzelfde moment de Hebreeuwse letters uit de hemel weer afdaalden naar de aarde, terug naar de synagoge in Fürth. Het was een moment van ‘heling en herstel’, van ‘tikkun olam’. Zowel de vrijheid van deze voor mij onbekende rebbe als het besef van herstellen heeft een diepe indruk achter gelaten. En in mijn voorstellingen wil ik dat proberen door te geven.

 

Aan de basis van ‘Goh!?’

De Joodse Talmoed wordt wel eens getypeerd als één eindeloze discussie. Het is de vraag of dat klopt. Wel hoort discussie bij de Talmoed. Als het grote voorbeeld wat betreft discussies gelden Sjammai en Hillel. Zij zijn twee geleerden in de tijd vlak vóór Jezus’ optreden. Van hen zelf én van hun leerlingen ( de zogenaamde Huizen) zijn honderden debatten bewaard gebleven. Over veel waren ze het onderling oneens. En toch zochten ze elkaar steeds op, konden ze niet zonder elkaar. De Huizen (= de leerlingen) van Sjammai en Hillel, ze waren het hartgrondig oneens én toch trouwden ze elkaars vrouwen. En meer. Hoe kan dat? 

Hier een kleine selectie van teksten om zelf of onderling eens te bespreken!

‘Iedere controverse die omwille van de hemel (=God) is, zal uiteindelijk van waarde blijken….Wat is een controverse omwille van de hemel? De controverse tussen Sjammai en Hillel.’   (M Avot 5.17)

‘Zei rabbi Abba in naam van Sjmoël: Drie jaren waren het huis van Hillel en het huis van Sjammai verwikkeld in een controverse. Deze zeiden: de halacha (=de leefregel) is zoals wij leren. En deze zeiden: de halacha is zoals wij leren. Ging een hemelse stem uit en zei: deze en deze zijn de woorden van de levende God, maar de halacha is volgens de woorden van het huis van Hillel’.  (bEroevien 13b)

‘En ook al verklaarden deze ongeschikt en deze geschikt om te huwen, dat weerhield het huis van Sjammai niet om vrouwen uit het huis van Hillel te huwen, evenmin het huis van Hillel van het huis van Sjammai. Alle reine zaken en onreine zaken die dezen rein verklaarden en dezen onrein; dat weerhield hen niet reine zaken van elkaar te gebruiken.’     (M Jevamot 1.4) 

 

Roeland Busschers

© 2017 by Goh!?  -   Proudly created with Wix.com

  • w-facebook
  • White Instagram Icon
  • Twitter Clean
  • White YouTube Icon
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now